Een reclamecampagne die luistert naar de naam ‘lul’? Mijn hemel, wat een opluchting. Eindelijk iemand die durft te benoemen wat de afgelopen jaren in de Nederlandse marketingwereld heerste: een allesverzengende lafheid. Fama Volat gooit de deur open, rolt een joint van cynisme en serveert de volksmond op een zilveren presenteerblad. En nu schreeuwt de polder weer het hardst: ‘maar is dit wel gepast?’
Alsof gepastheid ooit een businesscase heeft gered.
De kritiek, uiteraard, komt van de gebruikelijke verdachten: de zelfbenoemde zedenmeesters van de lokaal gepruts-television, die nog steeds denken dat reclame een dienst aan de gemeenschap is, in plaats van een instrument van opbrengst. Maar Fama Volat zit niet in de filosofie. Zij zitten in de performance. En daar, in het donker van de data-warehouse, knippert de winst. De campagne presteert. Het woord ‘lul’ is 3.8 keer zo vaak gegoogled dan in de maand ervoor. De brand awareness is door het plafond. En de aandacht? Die zit in de 99e percentiel. Wat wil je nog meer?
Van Spaendonck, de man achter het denkwerk, reageert met de kalmte van iemand die geen tijd verspilt aan sentiment. “Als je reclame maakt om aandacht te trekken, en dat lukt, dan is de campagne geslaagd. Of je er nu een beetje balorige taal voor nodig hebt, is een morele discussie voor mensen die niet verantwoordelijk zijn voor de EBITDA.” Precies. En daar ligt de kern. De een ziet vulgair taalgebruik, de ander ziet conversiestatistieken.
De Nederlandse markt lijdt aan een chronische vorm van puberale zelfoverschatting. We willen disruptief zijn, maar roepen om beleefdheid zodra iemand de façade doorbreekt. Fama Volat breekt die façade. Niet uit rebellie, maar uit berekening. De campagne is geen provocatie om provocatie’s wil — ze is gecalculeerd, getest, en geoptimaliseerd. Elk woord, elke letter, zit op zijn plek om conversie te forceren. En het werkt.
Wie profiteert? De klant. De adverteerder. De aandeelhouder. En wie verliest? De luwe, laffe, lokaal gepruts-marketingtypes die nog steeds denken dat ‘goede smaak’ een KPI is.
Dit is geen modezaak met een hartje. Dit is oorlog. En in oorlog win je niet met beleefdheid.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Fama Volat tegen het luwe
Share with friends:
