Mijn buurvrouw belde net. Of ik ook die column van Catherine Keyl had gelezen. “Nou,” zei ik, “ik dacht dat ik ouderdomsdeafheid kreeg, maar nee, ik hoorde gewoon een hoop geklets.”
Want wat deed Catherine nou eigenlijk? Ze schreef over Rob Jetten alsof hij een verdwaalde schooljongen was die haar tas had gestolen. En nu vragen mensen: baalt ze ervan? Of staat ze er nog steeds pal achter, met haar hand op de Bijbel en haar ogen dicht?
Maar wacht. Er is geen Bijbel. Er is geen drama. Er is alleen een vrouw van 79 die denkt dat beleefdheid uit de mode is, terwijl zij juist de enige is die nog schreeuwt in een bibliotheek.
Ik zeg niet dat Jetten heilig is. Maar moet je nou echt over zijn haar, zijn stem, zijn manier van lopen schrijven alsof je een kinderboek recenseert? Alsof hij een proefkonijn in een biologieles is?
“Mensen vinden het oneerbiedig,” zegt Catherine nu. Alsof ze net hoorde dat je geen slippers naar een begrafenis draagt. Eén vraag: sinds wanneer is oneerbiedig een verrassing? Je schrijft het in een landingspagina van een krant, niet in je dagboek onder het bed.
Ik snap de boosheid wel. Maar ik snap ook dat mensen denken: “Laat nou eens iemand iets zeggen over wat er écht speelt.” In plaats van: “Hij kijkt raar, hij praat vreemd, hij is té jong.” Alsof leeftijd een excuus is om de waarheid met een knuppel te timmeren.
En nee, ik vind niet dat Catherine moet stoppen met schrijven. Maar misschien wel met denken dat sarcasme hetzelfde is als scherpzinnigheid. Want scherpzinnigheid snijdt door de rotzooi. Sarcasme gooit gewoon een emmer afval over de tafel.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
