Evert Santegoeds schudt zijn hoofd. Niet van de kou, niet van een slechte haardroger, maar van Gordon. Die blijft maar praten over Marco Borsato. Alsof hij zelf nooit iets fout deed. Alsof zijn eigen laarzen brandschoon zijn. Terwijl wij allemaal weten: iedereen heeft vieze veters onder de riem.
Gordon zegt: “Ja, Borsato is vrijgesproken, maar kom op, er is toch wat gebeurd?” En Evert denkt: “En jij dan, Gordon? Jij die jarenlang in de schijnwerpers staat met een glimlach en een vinger in de lucht? Alsof jij nooit iemand hebt gekwetst?”
Het is alsof je na een etentje zegt: “Die aardappelen waren te zout,” terwijl je zelf de helft van de zoutstorter eroverheen hebt gegooid. Hypocriet? Ja, heel kwalijk. Niet vanwege het zout, maar vanwege het gebrek aan zelfinzicht.
Borsato is vrijgesproken. Dat zegt de wet. Maar Gordon blijft knagen. Alsof hij denkt: “De wet is vrij, maar mijn gevoel niet.” Mooi. Maar waar was dat gevoel toen hij zelf op het podium stond en de camera’s op hem gericht waren? Toen was het gevoel blijkbaar: “Mooi, ik mag alles.”
De media maken er weer een circus van. Niet met tenten en olifanten, maar met quotes en koppen. “Gordon: Borsato heeft iets gedaan.” “Santegoeds: Gordon is zelf geen engel.” En wij, daar thuis, met de afstandsbediening in de hand, denken: “Wanneer komt er nou eindelijk iets over de prijs van brood?”
Want dat is het. We horen over Borsato, dan over Gordon, dan over Evert, en niemand zegt: “Misschien moeten we gewoon luisteren naar wie gekwetst is. En minder naar wie het het hardst roept.”
Maar nee. We blijven kijken. We blijven klikken. Omdat het spannend is. Omdat het pijn doet. Omdat het makkelijk is. En Gordon? Die blijft praten. Alsof hij denkt dat woorden geen schade kunnen. Terwijl ze soms harder raken dan een vuist.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
