Wilfred zit te popelen achter de bar. Niet om een cocktail te mixen, nee, om zijn imago te redden. Want Albert is terug. En Albert grapt.
Je hoort het al: “Jij haalt trucs aan de bar uit!” Alsof Wilfred een goochelaar is zonder licentie. Maar het publiek lacht. Waarom? Omdat we allemaal weten dat een talkshow geen therapiestof is. Het is een circus. En Albert is de clown die de olifant laat dansen.
Hij zegt het met een knipoog. Maar achter die knipoog zit een mes. Klein, scherp, net genoeg om te prikken. Wilfred bloedt niet. Maar zijn ego wel. Of niet? Misschien vindt hij het juist leuk. Misschien is hij trots dat zijn naam weer in de krant staat. Zelfs als het over een grap is die net iets te dichtbij komt.
Want ja, er werd wat gefluisterd. Over een affaire. Over een bar. Over te veel drank en te weinig oogkleppen. Maar niemand heeft iets bewezen. En toch: Albert pakt het aan. Alsof het een pakketje bij de deur is. “Hier, Wilfred, voor jou. Van mij. Met een lach eromheen.”
De kijkers snappen het. Ze zitten niet te wachten op een verklaring. Ze willen een show. En die krijgen ze. Met chips, bier en een vleugje schaamte. Maar niet te veel. Want dan wordt het serieus. En serieus is saai.
Dus lachen we. Om de grap. Om de bar. Om Wilfred die doet alsof hij het niet hoort. Maar zijn schouders schokken. Van het lachen? Of van de zenuwen? Maakt niet uit. Het beeld is gemaakt. De roddel leeft. En Albert? Die zit weer op zijn troon. Niet als koning. Maar als de man die weet waar de geheimen liggen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
