Er was eens een mevrouw in Volendam. Geen koningin, geen actrice, gewoon een vrouw met een mening. En die mening spuwde ze keihard uit terwijl Jan Smit rustig over het kadeel liep, z’n handen in z’n zakken, z’n zonnebril op z’n neus. “Zet je zonnebril eens af!” riep ze. Alsof hij een kind was dat niet luistert tijdens het avondeten.
Alsof Jan Smit dat niet eerder heeft gehoord. Alsof hij elke ochtend wakker wordt met het geluid van honderd stemmen in z’n hoofd. “Jan, trek dit aan. Jan, zing dat liedje. Jan, lach eens. Jan, doe normaal.” En nu dus: “Jan, doe die zonnebril af, we willen je ogen zien!” Alsof zijn ogen een nationaal monument zijn.
Maar waarom nou juist de zonnebril? Is dat de echte boosheid? Of is het gewoon een excuus om wat te roepen naar iemand die altijd lacht, altijd knikt, altijd “dankjewel, fijne dag nog” zegt? Misschien is het precies daarom: omdat hij nooit terugblaft. Omdat hij doorloopt. Omdat hij, net als wij allemaal, gewoon een beetje onzichtbaar wil zijn, ook al herken je hem van de affiche.
Jan Smit is geen geheim. Hij woont in Volendam. Hij wandelt over het kadeel. Hij draagt zonnebril. Hij is net als jij en ik – behalve dan dat jij en ik niet op elk affiche staan, niet in elk tuinhuisje wordt genoemd tijdens de borrel, en zeker niet door een volslagen vreemde worden aangesproken alsof je de buurman bent die de was is vergeten binnenhalen.
Maar die mevrouw… zij denkt: hij is van ons. Omdat hij daar loopt. Omdat hij vroeger op school zat. Omdat hij “Morgen” zong en we allemaal meezongen tijdens de kerstmarkt. Maar hij is niet van ons. Hij is van zichzelf. En soms is een zonnebril gewoon een zonnebril. Soms is het ook gewoon een muur. Klein. Donker. Stil.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
