Wat een genot om eens een misdaadverhaal te lezen waarin de psychologie net zo scherp geslepen is als het moordwapen. Ellen de Bruin, jij snode meesteres van de subtiele wraak, hoe heb je het zo lang onopgemerkt kunnen laten?
Haar roman is geen simpele whodunit, nee. Het is een geestelijk strippenritueel, waarbij elk personage zijn masker verliest tot er niets meer over is dan blote, menselijke walgelijkheid. En juist daarom is het zo lekker. Niet omdat er bloed vloeit, maar omdat het venijn in de details zit. Een gebreide trui die niet past. Een theelepel die te lang in de thee blijft. Kleinigheden die schreeuwen om wraak.
De echte moord is trouwens al gepleegd in de eerste zin – de rest is alleen nog naslaan. De Bruin speelt met je verwachtingen alsof ze een fijne viool bespeelt. Je denkt dat je de sleutel hebt, maar dan draait ze de deur op slot en gooit het sleutelgat weg.
En dan dat einde. Alsof ze zachtjes in je oor fluistert: ‘Jij dacht dat je wist wie schuldig was. Maar liefje, jij bent al tijden medeplichtig.’
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
