Mijn buurman Piet heeft ook een schuur. Maar die gebruikt hij voor oude fietsen en een kapotte grasmaaier. René van der Gijp niet. Zijn schuur is nu een studio. Met publiek. En microfoons. En geluidswanden. En een gastheer die denkt dat hij VI niet meer nodig heeft.
Niet dat ik het hem kwalijk neem. Als jij jarenlang naast een telefoon zit en roept “Jaap!”, terwijl de rest van Nederland denkt: “Nee, alsjeblieft niet”, dan wil je uiteindelijk ook even weg. Naar iets waar jij de baas bent. Waar jij zegt wat er gebeurt. En waar 200.000 mensen naar jou komen luisteren, in plaats van per ongeluk.
Want dat is het leuke: René zegt dat zijn podcast 200.000 luisteraars heeft. Dat is veel. Veel meer dan mijn wasdroger ooit heeft gehaald. En nu wordt het dus een echte show. Met mensen die toekijken. Zonder afstandsbediening. Zonder “Zet dat uit, ik kijk naar de koffie”.
Ik vraag me wel af: als je zo groot bent dat je je eigen studio moet bouwen, waarom dan nog bij VI blijven? Alsof je elke dag met je eigen vliegtuig naar Schiphol vliegt, alleen om te zeggen: “Ja, ik ben er, ik doe mee.”
Maar goed, misschien is het juist slim. Eerst zorgen dat iedereen denkt: “René, wat doe jij daar nog?”, en dan: “René is weg. En wij missen hem.” Of niet.
Want het gekke is: als je luistert naar zijn podcast, hoor je eigenlijk hetzelfde als bij VI. Alleen dan zonder reclamesloten. En zonder iemand die “René!” roept. Behalve dan het publiek. Dat roept nu “René!”
Enfin. Hij heeft zijn schuur. Zijn microfoon. Zijn luisteraars. En een show die groeit. Terwijl VI nog steeds niet weet of het een programma is of een middagdutje met vrienden.
Ik zeg: laat hem gaan. Laat hem bouwen. Laat hem roepen. En als het misgaat, heeft hij tenminste nog ruimte voor een kapotte grasmaaier.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
