Nog geen maand geleden zag ik Henny Huisman weer in beeld. Niet als gast, nee, als presentator. Op zijn leeftijd. Met die stem. Die glimlach die net iets te lang blijft hangen. Alsof hij denkt: als ik maar blijf lachen, dan vragen ze me ook weer voor iets anders. Maar Jack Spijkerman ziet het allemaal aankomen en zegt gewoon wat wij denken: hou nou toch op.
Hij is 78, Huisman. Zeventig. Achttien. Dat is geen leeftijd om nog te proberen trendy te zijn. Jack Spijkerman, ook geen frisse twintiger meer, stopte op z’n 65ste gewoon. Geen geklaag, geen interviews waarin hij zegt dat hij ‘nog lang niet klaar is’. Nee, hij zette de afstandsbediening neer en ging thee drinken. Of tuinieren. Of gewoon: niets doen. Wat een idee.
Maar Henny? Die blijft bellen. Die blijft mailen. Die blijft hopen op een nieuwe show, een nieuwe kans, een nieuw publiek dat hem herkent van vroeger. Alsof verleden glorie automatisch betekent dat je nu nog wat te melden hebt. Alsof de tijd stil kan blijven staan als je maar blijft glimlachen in de camera.
Ik snap de drang wel. Eens beroemd zijn, dat laat je niet los. Maar moet je daarvoor de hele tijd op tv blijven? Moet je daarvoor meedoen aan iets wat je zelf niet meer serieus kunt nemen? Jack zegt van niet. En hij heeft een punt. Niet uit boosheid, niet uit jaloezie, maar uit nuchterheid. Laat het los. Laat anderen schijnen. Laat de nieuwe mensen praten. Jij hebt genoeg gezegd. Genoeg gedaan.
Ik zet de tv uit. Drink thee. Denk aan Jack. En denk: eigenlijk is stoppen ook een krachtige actie. Misschien wel de sterkste.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
