Renze Klamer zit in een zijden jasje met kuiltjes in zijn nek van de stof. Hij kijkt langs de camera heen, alsof hij iets zoekt in de verte. Een vlinder? Zijn zelfrespect? Geen idee. Maar hij zegt niks. Terwijl de pers vooroverbuigt met hun microfoontjes, draait hij zich om. Alsof hij denkt: ik ben geen Insram-story.
Aan de VI-tafel wordt er zacht gegrinnikt. “Sterallures”, zegt iemand. Alsof het een ziekte is. Alsof je er een pilletje tegen kunt nemen. Maar nee, het is gewoon Renze. Weer eens niet te benaderen. Alsof hij denkt dat hij op een catwalk loopt, terwijl hij gewoon in een zaal zit met mensen die ook geld hebben ingezameld. Voor aids. Ironisch, hè?
Hij denkt misschien: ik ben serieus. Ik ben kunst. Maar de rest denkt: man, geef nou gewoon een antwoord. Een glimlach. Een “leuk gala, hoor”. Niks. Stilte. Alsof hij bang is dat woorden zijn outfit verpesten.
Intussen staat buiten een fotograaf met een kop koffie. Die wil ook zijn brood verdienen. Maar Renze? Die denkt dat hij boven dat alles staat. Terwijl hij gewoon een man is in een duur jasje, die weigert te zeggen waarom hij er eigenlijk is.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
