Parijs. Stad van licht, van mode, van ironie. En van grenzen. Want wat gebeurt er als een Chinees fast-fashionplatform denkt dat je met één dollar tops de Place des Vosges kunt binnenwandelen? Dan zet men je — hoffelijk, maar onverbiddelijk — op straat. BHV Marais, het iconische warenhuis dat al eeuwen de Parijse smaak bewaakt, heeft de samenwerking met Shein beëindigd. Niet met een verklaring. Niet met een drama. Gewoon: de deur. En terecht.
Want Shein is geen merk. Shein is een virus. Een logistieke pestgolf, verpakt in een app. En het idee dat zo’n platform, dat kinderarbeid normaliseert en de planeet in brand zet, ooit dacht dat het hoorde in een instituut als BHV Marais, zegt alles over de naïviteit van de retailsector — of over de wanhoop. Waarschijnlijk allebei.
De kritiek was al lang luid. Politici schreeuwden. Activisten brandden kledingstukken. Luxemerken spuugden gif. Maar pas nu, in Parijs, wordt de moraal niet met woorden, maar met een handeling bevestigd. Geen samenwerking meer. Geen ruimte meer. Geen excuus meer voor wie denkt dat goedkoop ook duurzaam kan zijn. Want dat is het nooit. Goedkoop is altijd iemands ellende.
Andere landen kijken nog toe. Nederland? We verkopen het nog via Videoland-promoties en influencer-deals. Maar in Parijs begrijpt men dat mode niet democratiseren is door alles onder de tien euro te gooien. Democratie is kiezen. Niet worden afgeperst door een algoritme dat je hersensloffen noemt.
De volgende stap? De douane sluiten. Of beter: een heffing van 300% op elk stuk dat gemaakt is in een fabriek waar geen mens ooit zou willen werken.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Shein gegooid als afval
Share with friends:
