Een ‘community’ is geen groep mensen die toevallig dezelfde merknaam in hun profiel hebben gezet. Het is geen LinkedIn-groep waar niemand comment, en zeker niet een Insram-story met de tekst *‘Jullie zijn familie!’* gevolgd door een call-to-action om te liken. Nee, een echte community is een economische eenheid – een netwerk van betrokkenheid dat zich vertaalt in omzet, loyaliteit en, cruciaal, herhalingsgedrag. En daar, beste marketeer, gaat het mis.
Want in 2026 is ‘community-first’ het parfum van de marketingindustrie: overal te ruiken, nergens te zien. Merken denken dat ze een community hebben omdat ze een Discord-server hebben opgezet of een keer per kwartaal een ‘klantendag’ organiseren met bittere prosecco. Maar een community is geen event, het is een structuur. En structuur vraagt om discipline, niet om gevoel.
Het gekke is: juist nu het woord volledig is leeggepompt, wordt de echte inhoud ervan cruciaal. Want consumenten zijn niet gek. Ze zien het verschil tussen een merk dat echt luistert en een dat alleen maar doet alsof. En in een tijd waarin de attention span onder het niveau van een fruitvlieg is gedaald, is een echte community het enige dat nog schaalt. Niet door groei, maar door diepgang.
Wie nu denkt dat community-first een buzzword is, heeft de markt niet begrepen. Het is een strategische noodzaak geworden – net als een website in 1998. Maar net als toen, zijn er velen die denken dat een paar vage slogans en een Slack-channel genoeg zijn. Fout. Een community zonder doel is geen community, het is een wachtrij. En wachtrijen verlaten mensen zodra de muziek saai is.
De vraag is niet of jouw merk een community heeft. De vraag is of jouw merk bereid is om macht los te laten. Want een echte community bepaalt zelf wat er belangrijk is. En dat, beste directeur, is precies waar de meeste merken stopten.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Community first helemaal niet
Share with friends:
