Er zat een vrouw laatst in een programma over bloemen. Niet over oorlogen, niet over haat, niet over het einde van de wereld. Nee, over rozen. En toch ging het over Israël. Want de vrouw – Davina Michelle, jullie weten wel, die met de stem – zei: “Ik ben er heel erg zwart-wit in.” Alsof zwart-wit nog bestaat, alsof het niet allemaal grijstinten zijn, vanaf het moment dat iemand een microfoon pakt.
Ze twijfelt. Of ze wil meedoen aan het Songfestival. Of ze Nederland mag vertegenwoordigen. Of ze dan automatisch voor of tegen iets staat. Alsof zingen nu een politiek paspoort is. Alsof je bij de douane van de publieke opinie moet aantonen: ben jij goed of slecht? Pro of anti? Licht of donker?
Maar Davina zingt over liefde, over pijn, over dingen die in je buik zitten. Niet over grenzen of geschiedenisboeken. En toch moet ze kiezen. Niet alleen een liedje, maar een standpunt. Alsof je bij de kassa van de supermarkt ook moet zeggen: ben je pro-brood of anti-melk?
De NPO zegt: we gaan gewoon mee. Ondanks alles. Alsof “gewoon mee” nog iets betekent. Alsof het niet opvalt dat iedereen kijkt, wacht, oordeelt. En Davina staat daar middenin. Met haar stem, haar twijfel, haar mens-zijn.
Ik zeg: laat haar zingen. Laat haar huilen als het moet. Laat haar lachen. Maar dwing haar niet om een vlag te pakken die niet van haar is. Zij is geen politicus. Ze is een vrouw met een hart en een microfoon. En soms is dat genoeg.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
