Sonja Boelhouwer schrikt. Alsof schrik nog iets uithaalt. Alsof een directeur van Albert Heijn nog mag schrikken van geweld in de winkel, alsof dit een verrassing is. Alsof het niet jaren geleden al duidelijk was dat wat op straat gebeurt, nu binnenkomt — niet met een kapmes, maar met een houding. En die houding heet: respectloosheid, gefinancierd door anoniemheid en laag opgevoerde testosteron.
Maar laten we het niet verfijnen tot ‘sociale malaise’. Dit is simpel: Albert Heijn start een proef met bodycams. Niet om te intimideren. Niet om te monitoren. Maar om te *overleven*. Elke camera is een antwoord op een schop, een scheldpartij, een dreigement. Elke opname is een stukje juridische bescherming tegen een klant die denkt dat een medewerker geen mens is, maar een machine met kassa.
En ja, het is absurd. Een supermarkt — dé bakermat van de Nederlandse alledaagse orde — moet zich nu wapenen met draagbare surveillance. Niet tegen dieven. Niet tegen fraude. Maar tegen mensen die denken dat een rijbanenstress een rechtvaardiging is voor agressie. Dat een verkeerd gesorteerd product een aanleiding is voor vernedering. Dat een medewerker geen salaris verdient, maar een uitbrander.
Maar Boelhouwer schrikt. En ik? Ik lach. Want wie in 2024 nog schrikt van geweld bij de kassa, heeft geen flauw idee van de realiteit van het Nederlandse winkelpersoneel. De cijfers liggen er al jaren. De meldingen stijgen. De drempel daalt. En terwijl de overheid praat over ‘veiligheid op straat’, verliest men het zicht op de supermarkt als frontlinie.
Bodycams zijn geen oplossing. Ze zijn een *bevestiging*. Een bevestiging dat de samenleving is doorgeslagen in het laagste segment van gedrag, en dat de enige manier om orde te handhaven, is met bewijsregistratie.
De vraag is niet of de camera’s helpen. De vraag is hoe lang het duurt voordat de AH-personeel een uniform met camera draagt als vanzelfsprekendheid. Zoals politie. Zoals beveiliging. Zoals iedereen die in de open ruimte moet functioneren zonder bescherming.
Het antwoord? Vier jaar. Maximaal vijf.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
