‘Big tech’ noemt men ze, alsof het een belediging is. Alsof het een fout is dat Netflix in Nederland 3,2 miljoen abonnees telt, terwijl NPO1 met zijn ochtendquiz en avondjournaal nog steeds denkt dat loyaliteit genoeg is. Maar nu ineens, als de klokken van Marktplaats en YouTube dreunen, ontwaakt de publieke omroep uit haar zelfgenoegzaamheid — en grijpt naar DPG Media.
Niet uit liefde. Niet uit visie. Maar uit angst.
De publieke omroep en DPG Media, die al maanden achter gesloten deuren praten over ‘samenwerkingsvormen’, proberen een muur te bouwen van gedeelde content, gecombineerde data en gedeelde wanhoop. Een huwelijk uit noodzaak, niet uit passie. En terwijl de een nog steeds denkt dat ‘publieke waarde’ een businessmodel is, probeert de ander — DPG — wanhopig te scalen zonder het kapitaal van een Silicon Valley-gigant.
Maar wie denken ze dat ze foppen? De kijkers? Die streamen al jaren. De adverteerders? Die kopen nu al alleen nog op basis van reach, niet van morele verplichting. En waar is de ROI in een samenwerking die begint met ‘we moeten iets doen’?
Google, Apple, Meta — zij betalen geen omroepbijdrage, maar storten wel miljarden in lokale content. Niet uit idealisme, maar uit berekening. Zij weten: controle over de distributie is macht. En macht is geld.
De NPO en DPG denken dat samenwerking overleven is. Ik zie een overname in slow motion. Want als de ene partij geen data heeft en de andere geen schaal, wie overleeft dan?
Niet degenen die hopen op subsidie. Maar wie de kijkgedragingen begrijpt, de data bezit, en de moed heeft om te zeggen: ‘We zijn een bedrijf.’
De publieke omroep denkt dat big tech de concurrent is. Fout. Big tech is de realiteit. En de realiteit is onverbiddelijk.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
