Je ziet het zo vaak. Iemand zegt: “Er is niks aan de hand,” terwijl iedereen weet dat er juist wel iets aan de hand is. En dan kijk je naar Fien Vermeulen, die met haar ogen rolt alsof ze een kop koffie laat afkoelen.
Jan Smit zegt dat alles goed is met De Toppers. Gerard Joling is weg, maar hoppa, geen drama. Gewoon doorzoemen. Maar Fien, die kent dat gedoe. Zij zit niet voor niks al jaren in de media. Zij ziet het aan zijn stem, aan zijn handen, aan hoe hij niet kijkt. En dan zegt ze gewoon: “We geloven het niet.”
Niet boos. Niet dramatisch. Gewoon: we geloven het niet. Alsof je zegt: “Ja hoor, die taart is niet aangebrand, zegt u maar.” Maar iedereen ruikt de rook.
Jan Smit probeert het klein te houden. Alsof het om een vergeten theelepel gaat, niet om jarenlange vriendschap die nu in de ijskast ligt. Maar Fien snapt het spel. Ze ziet dat hij wegduikt. En dat vindt ze niet leuk. Niet eens zozeer omdat het over Gerard gaat, maar omdat het over álles gaat: over eerlijkheid, over gezicht, over doen alsof je niks voelt terwijl je alles voelt.
En dan denk je: waarom zou je dat doen? Waarom zeg je niet gewoon: “Het is kapot, en ik vind het heel erg”? Waarom moet het altijd glimmen? Waarom moet het altijd goed gaan?
Maar dat is nu eenmaal de showbusiness. Glunderen terwijl je knarsetandt. Lachen terwijl je wilt huilen. En Fien, zij zit aan de andere kant van de tafel. Zij mag vragen stellen. En zij stelt ze.
Zonder boosheid. Zonder haat. Gewoon met een blik die zegt: kom op, hou op met dat geveins.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
