Nou zeg. Ik zat net met mijn thee voor de buis, afstandsbediening in de hand, en denk: wat is er mis met een beetje lof? Maar blijkbaar is er in de media weer eens niets erger dan té veel gevoel tonen. Mark Koster, de man die normaal over moord en verdriet schrijft alsof het een soap is, heeft nu opeens een hekel aan glibber.
En wie is de dupe? Jeroen van der Boom. Die arme man dacht gewoon: ik help mijn vriend René Froger met een mooi woordje in zijn documentaire. Geen staatsgreep, geen staartkantoor, gewoon: leuk hoor, René, goed bezig. Maar nee hoor, daar komt Mark Koster overheen met een zin als ‘griezelige glibber’. Alsof Jeroen een soepje heeft gekookt van tranen en glitter.
Ik snap het wel een beetje, hoor. Die lofzang, dat gejubel, dat kan soms aan de lichte overdrijving grenzen. Maar moet je dan meteen iemand als Jeroen erbij lappen? Alsof hij een professionele huilacteur is geworden. Hij is gewoon iemand die zijn vriend steunt. In het echt doen we dat ook. Dan zeggen we: fijn dat je er bent, leuk dat je iets maakt, ik ben trots op je. Maar in de media moet dat opeens ‘griezelig’ zijn.
Er is niets griezeligs aan liefde. Ook niet als het in een documentaire over een zanger uit de jaren negentig zit. Wat is er mis met warmte? Moet alles koud, scherp en cynisch blijven? Dan kunnen we net zo goed alleen nog maar weerberichten lezen.
Maar goed, Mark Koster wilde blijkbaar een punt maken. En Jeroen zit er middenin. Terwijl hij gewoon dacht: ik doe iets leuks voor een maat. En nu wordt hij afgeschilderd als een man met een zak tranen en een microfoon.
Ik zeg: laat hem. Laat ze elkaar vieren. Laat de glibber glibberen. Wij kijken vanaf de bank toe, met onze thee, en denken: ach, het is maar mens zijn.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
