Zeg, ik zat vanochtend thee te drinken, terwijl mijn man de krant opensloeg alsof hij een bom ontzette. “Moet jij dit lezen,” zei hij. Ik keek op. Hugo Borst. Weer eens over VI. En Wierd Duk. Alsof het weerbericht is: “Vandaag kans op Derksen, morgen kans op Duk.”
Maar Hugo, die man met de stem van een oude leren bank, zegt: als Wierd Duk komt, dan zet ik af. Niet wegklikken. Niet op pauze. Nee, gewoon: uit. Alsof Wierd een soort signaal is, zoals bij oude tv’s: “Geen signaal.” Dan knippert het scherm. Bij Hugo knippert de afstandsbediening.
Hij zegt niet “vervelend”. Hij zegt niet “saai”. Nee, hij zegt “gevaarlijk”. Alsof Wierd Duk een virus is in het mediabesef. Alsof hij de Nederlandse opinie in een hoek duwt met zijn notities uit De Telegraaf, alsof het staatsgeheimen zijn.
Maar wacht. Hugo houdt van Genee. Van Derksen. Van Gijp. Drie heren die ook niet bepaald de zwaarste journalistiek maken. Eén met een voetbalverleden, één met een biertje in de hand, één die altijd net iets te veel weet. En dan komt Wierd, met zijn bril en zijn zorgvuldige zinnen, en dan is het: “Nee, dit is gevaarlijk.”
Alsof het gevaarlijk is om serieus te zijn. Alsof het gevaarlijk is om een mening te hebben die niet past bij de club op de bank. Alsof het gevaarlijk is om niet mee te lachen om een mop over een politicus, maar juist te vragen: waarom lachen we eigenlijk?
Maar goed. Ik zet VI ook vaak uit. Niet vanwege Wierd. Niet vanwege Hugo. Maar vanwege de afstandsbediening. Die werkt nooit als ik thee heb gemorst.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
