Nou, daar zit-ie dan. Jan Smit. In Vlaanderen. Alsof hij verdwaald is uit een reclame voor pannenkoeken. Maar nee, hoor. Hij is er expres. Omdat hij in Nederland niets te zeggen heeft. Of liever: niets méér te zeggen.
Je kunt het hem niet kwalijk nemen. Eerst vijftien jaar samen, dan de deur uit, en dan? Dan komt iedereen aan. Journalisten, bloggers, oma Truus. Iedereen wil weten: waarom? Hoe? Wie was het? Was het de hond? Was het de buurman? Was het de pannenkoek?
Maar Jan zegt niks. In Nederland, dan. In Vlaanderen wel. Daar gaf hij een lang interview. Alsof hij dacht: daar snappen ze het beter. Of misschien: daar lezen ze me niet.
Het is eigenlijk best slim. Je stapt even over de grens, praat je hart leeg in een ander accent, en dan? Dan ben je weer stil. Geen live op de bank bij RTL, geen traantje bij SBS, geen ‘ik voel me zo alleen’ bij Videoland. Nee. Je laat de Vlamingen het werk doen.
En wij? Wij kijken vanaf de bank toe. Met onze afstandsbediening in de hand. En denken: ja, maar… waarom niet hier?
Maar misschien is dat juist het punt. In Nederland is het lawaai. In Vlaanderen is het… rustiger. Minder klik. Minder sensatie. Meer: ‘zeg het rustig, Jan, met een bier’.
Dus Jan Smit, als je ooit weer iets te zeggen hebt in Nederland: we luisteren. Maar alleen als je zin hebt. Anders blijf je maar in Vlaanderen. Met je pannenkoeken en je rust.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
