Mijn buurvrouw zei laatst: “Als ik Jeroen Pauw zie, denk ik: o, het is alweer vrijdag.” Nou, dat is dus precies wat hij nu ook wil. Niet alleen vrijdag, maar ook vrijdag. En misschien zelfs zaterdag. Of donderdag. Gewoon, altijd.
Ik snap het wel. Je zit daar, achter die tafel, met een gast die net een boek heeft geschreven over zijn trauma’s of zijn nieuwe yogareis naar Bhutan. Je lacht, je luistert, je knikt. En dan? Dan krijg je applaus. Van mensen die je niet kennen, maar die wel denken dat je slim bent omdat je ‘ja’ zegt en ‘interessant’.
Jeroen Pauw doet dat al twintig jaar. Twintig jaar lang iedere avond om half twaalf: “Wat vind jij daarvan?” Alsof hij niet weet wat hij ervan vindt. Maar dat is juist het punt. Hij is geen meningsman. Hij is de man die de mening van anderen laat pluizen, terwijl hij zelf blijft zitten als een rustige theepot.
En nu zegt-ie: “Ik wil ook op vrijdag.” Alsof vrijdag een extraatje is. Alsof hij niet al bijna elke dag van de week ergens opduikt met een microfoon en een glimlach.
Maar hoor, ik zeg niet dat hij moet stoppen. Integendeel. Als je er nog goed uitziet, goed praat en goed luistert, waarom zou je dan naar huis gaan? Alleen… moet je wel ophouden met zeggen dat je ‘nog lang niet klaar bent’. Want ja, we zien het. Je bent er. We horen je. En we zien je. Iedere dag bijna.
Misschien is het tijd voor een nieuwe regel: wie langer dan vijftien jaar hetzelfde doet, mag alleen nog op zondag. Dan hebben anderen ook een kans.
Maar goed, wie ben ik? Ik zit hier met mijn thee en mijn afstandsbediening, net als jij. En als Jeroen Pauw opkomt, zet ik gewoon door. Behalve als hij zegt: “Ik wil ook op vrijdag.” Dan denk ik: o ja. Dat was al zo.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
