Sam Hagens zit op de bank. Niet letterlijk, maar wel figuurlijk. En niet in zijn eigen huiskamer, maar in de grote huiskamer van de Nederlandse media. Daar zit hij, met een kop thee die al afgekoeld is. Want terwijl hij nog dacht: “Ik word de nieuwe koning van het journaal”, ziet hij nu Frank van Leeuwen en Merel Ek voorbijgaan alsof hij een verkeerde afslag nam.
Victor Vlam zegt het ronduit: het moet pijn doen. Niet fysiek, hoor. Geen gebroken been of een verkoudheid die niet overgaat. Nee, het soort pijn dat je voelt als je broer een betere cijferlijst heeft en dat ook nog eens laat zien op Insram. Frank straalt op NPO 1, Merel lacht op SBS 6 alsof ze net een miljoen heeft gewonnen. En Sam? Sam zit met zijn handen in zijn haar. Of in elk geval: in zijn script.
Hij dacht: overstappen naar de publieke omroep, dat is prestige. Dat is geloofwaardigheid. Dat is een serieuze blik in de camera en een serieuze jas. Maar ja, prestige is fijn, maar als niemand kijkt, is het net zo goed een serieuze jas in een lege kamer.
Intussen lacht Merel Ek. Hard. Over Sam? Nee, waarschijnlijk niet. Maar het lachje zegt genoeg. Het is dat gemene lachje, zegt Victor Vlam. Alsof ze zegt: “Wat dacht je dan? Dat je hier binnenwandelt en meteen de ster wordt?” En misschien dacht Sam dat wel. Even. Tot de realiteit hem inhaalde. Met een sprint.
Want zo gaat het in de media. Vandaag de held, morgen de mop. En gisteren? Gisteren dacht je dat je iets groots ging doen. Nu zit je met een programma dat niemand ziet, terwijl je collega’s worden geroepen voor alles wat beweegt.
Is hij jaloers? Nee. Maar hij ziet het wel. Iedereen die dacht: “Ik wacht wel af”, zit nu ineens voorin. En Sam zit achterin, met een microfoon en een vraag: “Waarom ik niet?”
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
