Zeg, sinds wanneer is het ‘Matthäus-Passion’ van Bach ineens een jeugdproject?
Niet dat ik er iets tegen heb. Integendeel. Want laat één ding duidelijk zijn: als je de jonge stemmen hoort opstijgen tijdens het Nederlands Kamerorkest-avondje weemoed, dan weet je meteen: de toekomst van de klassieke muziek is niet reddeloos. Sterker nog, ze zijn al aan het redden.
De ouderen mogen dan zuchten over de ondergang van cultuur, maar hier, in de zaal, gebeurt precies het tegenovergestelde. Jonge zangers, fris, zonder affectatie, zingen Bach met een pure kracht die je niet uit een handboek leert. Dat is geen toeval. Dat is opvoeding. Opleiding. Moed.
En ja, het Nederlands Kamerorkest zet zich in voor educatie. Mooi. Maar laten we niet doen alsof elk orkest dat ook echt doet. Veel blijven hangen in het neppe ‘kinderconcertje’. Hier niet. Hier zingen tieners met volle kracht mee in een van de meest emotioneel zware werken uit de klassieke muziek.
En dan vraag je je toch af: waarom pas nu? Waarom duurt het zo lang voordat de klassieke wereld écht durft te delen met wie het morgen moet dragen?
Omdat het makkelijker is om een repetitiezaal te vullen met oude geldschieters dan met jonge stemmen die nog moeten groeien. Maar gelukkig zijn er altijd koppige dirigenten en vasthoudende docenten die zeggen: ‘Nee, wij doen het anders.’
En dus: Bach leeft. Niet in een museum. Niet op een graf. Maar in de longen van een meisje van zeventien dat haar hart eruit zingt.
Wie had gedacht dat de redding van de klassieke muziek begint met ademhalingsoefeningen en een beetje bravoure?
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
