Ik zat gisteren te kijken naar De Oranjezomer, kop thee in de hand, afstandsbediening binnen handbereik. En dan zegt Rutger Castricum zomaar: “Ik vind Lil Kleine een van de beste rappers van Nederland.” Bloedserieus. Alsof hij een glas wijn inschonk bij een vergadering.
Niet gek, hoor. Maar wel verrassend. Rutger, de man die we kennen van klassieke interviews en serieuze documentaires, is fan van Jorik Scholten. Ja, die met de pet, de tattoos en de flow die knalt. Niet de eerste naam die bij je opkomt als je denkt aan Rutger’s playlist.
Maar weet je wat het is? Hij had gelijk. En dat zeg ik niet omdat ik ook stiekem ‘Drank & Drugs’ meezing in de auto. Nee, ik zeg het omdat Rutger het zei met zoveel overtuiging. Geen grap. Geen ironie. Gewoon: “Ja, ik luister ernaar. En ik vind het goed.”
In de media denken we vaak: als jij serieus bent, dan moet je Bach luisteren, geen rap. Als jij intellectueel bent, dan geen pet op, geen slangentaal. Maar Rutger breekt dat idee. En terecht. Want waarom zou je niet fan kunnen zijn van zowel een goed gedocumenteerd interview als een track waarin iemand zingt over drank, vrouwen en de straat?
Het is alsof iemand zegt: “Ik lees Vrij Nederland én de Voetbal International.” Mag gewoon. Mag zelfs. Want cultuur is geen examen met een goed en een fout antwoord. Het is smaak. En Rutger heeft smaak. Alleen niet de smaak die je zou verwachten.
En dan zeggen mensen: “Maar Rutger… dat is not done.” Nou, dat zeggen ze altijd als iemand iets doet wat buiten de lijntjes klikt. Net als toen iemand voor het eerst een pak melk in de koffie deed. “Not done.” Nu is het gewoon.
Dus Rutger, blijf doen wat je doet. Luister naar Lil Kleine, drink je thee, en blijf bloedserieus zeggen wat je denkt. Want dat is pas not done: doen alsof je iemand bent die je niet bent.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
