René van der Gijp zat met het hoofd in zijn handen. Niet vanwege een fout van Oranje, maar vanwege zijn zoon Nicky. Die stond net onder de douche toen het nieuws kwam: E. coli in het water van Dordrecht, Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht. Koken voor gebruik. Ook voor douchen? Dat vroeg iedereen zich af, behalve Nicky. Die douchte gewoon door.
“Als je er al in staat, wat maakt het dan nog uit?” vroeg René zich hardop af op de redactie. Een wijze vraag, midden in de chaos. Want ja, het is een vieze bacterie. Maar ook een beetje een domme. Ze zit in poep. En poep hoort niet in drinkwater. Dat snap je al op basisschool.
Toch gebeurt het. En dan? Dan appt de zoon van een bekende voetbalanalist gewoon door, alsof er niks aan de hand is. Terwijl de rest van het land in paniek water kookt, drinkt Nicky gewoon uit de kraan. Of niet? “Ik dacht: als ik er nu al in heb gezeten, dan is het te laat”, zegt hij.
Zijn vader: “Ik had al gezegd: jongen, als je doodgaat, zeg het me dan even.”
Maar Nicky leeft. Voor nu. En de rest van Nederland? Die kookt hun koffie, hun thee, hun trots. Omdat een beetje poepbacterie zoveel lawaai mag maken.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
