Er staat een man achter een bureau. Hij kijkt serieus. De camera draait. Zijn lippen bewegen. Maar wat hij zegt, staat al op het scherm voor hem. Letterlijk. Autocue. Alsof hij een telefoonboek aan het voorlezen is. Alleen is het geen telefoonboek. Het is een gesprek. Een interview. Met een echte man. Maar niks is echt. Behalve misschien de trui die hij aanheeft.
Tien jaar lang heeft Arjen Lubach dit stilgehouden. Alsof je tien jaar lang een koekje in je zak hebt zitten en nu pas zegt: “Ja, ik had wel honger, maar ik at het niet op.” Alleen is het geen koekje. Het is een tv-interview met Olaf Koens. En het was nep. Van A tot Z. Gescript. Gepland. Geënsceneerd. Alsof je een ruzie in een serie echt denkt te zien, maar het is gewoon een script. Alleen dachten mensen: dit is echt nieuws.
Ik snap de grap. Echt waar. Lubach is geen nieuwslezer. Hij is een satiricus. Een man die de wereld spiegelt door erover te lachen. Maar toch. Er gebeurde iets in 2015 wat we allemaal dachten: dit is serieus. Een man met een bril, een beetje ongemakkelijk, praat over zijn leven. En wij, aan de bank, met onze thee, dachten: arme man. Terwijl de autocue stond vol. Alsof God zelf de tekst had geschreven, maar dan met een knipoog.
Waarom vertelt hij het nu pas? Omdat tien jaar genoeg is? Omdat het tijd is om de kaarten op tafel te leggen? Of gewoon omdat hij er zelf ook een beetje over moest lachen? Ik weet het niet. Maar ik weet wel dat ik nu, als ik een man achter een bureau zie, eerst kijk of er een autocue is. Of hij echt is. Of hij gewoon een stukje tekst voorleest dat iemand anders heeft bedacht.
En dan denk ik: misschien is alles wel nep. Behalve mijn thee. Die is echt. En de afstandsbediening. Die werkt ook nog.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
