Ik zat met mijn rosé’tje voor de buis, afstandsbediening in de ene hand, telefoon in de andere, en dacht: *nog eentje dan*. En dan komt Dennis van der Geest weer aanzetten met zo’n stille woede die je alleen krijgt als je écht ziet hoe mensen worden uitgebuit.
Geen gekkenhuis, geen geschreeuw, geen camera’s die trillen van opwinding. Gewoon Dennis, een beetje onopvallend, die een spoor volgt. Een webshop die niets heeft, maar alles verkoopt. Geen voorraad, geen klantenservice, wel veel geld. En het gekke? Het mag allemaal net. Bijna.
Hij laat zien hoe makkelijk het is om een winkel te bouwen die nergens staat, waar de betaling via een land gaat dat niemand kent, en waar de klant nooit iets ontvangt. Maar wel betaalt. Altijd.
Wat mij raakt? Het is nooit over-the-top. Geen dramatische muziek, geen close-ups van huilende mensen. Gewoon beelden van schermen, bankafschriften, e-mails. En toch voel je de frustratie. Omdat je weet: jij of je buurvrouw heeft hier al eens in getrapt. Een goedkope telefoon, een designerjas voor vijf euro. Te mooi om waar te zijn? Meestal is het gewoon leeg.
Dennis doet niet alsof hij een held is. Hij stelt vragen. Hardop. Bij degenen die níet willen antwoorden. En dat is precies waarom het werkt. Geen show, wel impact.
Je denkt: dit is gewoon een programma over oplichting. Maar het is eigenlijk over hoe makkelijk het systeem misbruikt wordt. En hoe weinig er gebeurt.
En dan, net als je denkt: *oké, ik koop nooit meer iets online*, onthult hij weer iemand. Iets. Een beetje recht. Klein, maar zichtbaar.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Vertel vertel! 😘
