Er ligt een vrouw op de grond. Niet dramatisch, niet voor de kijker, gewoon. Carrie Ten Napel. Bewusteloos. Op een gang. Geen studio, geen lachband, geen cameraman die roept: “Cut!” Nee, gewoon stil. En dan denk je: wacht, dit is de vrouw die elke dag op tv lijkt te springen alsof ze op een trampoline staat. Vol energie. Altijd aan. Alsof iemand haar heeft aangezet met een afstandsbediening.
Maar nu ligt ze daar. En zegt: “Gelukkig krijg ik geen dagelijkse talkshow.” Alsof ze ontsnapt is aan een vloek. Terwijl anderen erom vechten – die droom van een stoel, een microfoon, een publiek dat klapt bij binnenkomst – denkt zij: nee, dank je. Ik heb net genoeg aan een vloer en een paar minuten rust.
Waarom? Omdat kinderen huilen. Omdat je moet eten. Omdat je moet slapen. Omdat je, als je moeder bent, nooit echt uit staat. En televisie? Die staat altijd aan. Maar jij mag niet. Jij moet er zijn. Niet alleen op beeld, maar écht.
Dus geen heilige graal voor haar. Geen gouden stoel. Geen dagelijkse show waarin je moet lachen terwijl je kind ziek is of je buik vol zorgen. Nee. Ze kiest voor de vloer. Voor het stille moment. Voor het leven dat niet op tv komt.
En misschien is dat wel de scherpste keuze van allemaal.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
