Het lijkt wel een sauna, zeg. En ik dacht nog wel dat ik de enige was die rood aanliep bij de wasdroger op zolder. Maar nee, duizenden Nederlanders delen nu hetzelfde lot. Niet in een benauwde zolderkamer, nee, in de Amsterdam Arena. Met De Toppers op het podium en de thermostaat op ‘tropisch’.
Ik snap het wel, hoor. Je wilt naar een concert, je doet je zomerjurk aan, je neemt een ventiel met, en dan kom je terecht in een broeikas met gitaar. Tienduizend mensen, één ventilator, en Froger die zweet als een otter. Of was het andersom? Otters zweten niet, toch? Maar Froger wel. Duidelijk.
De Toppers, ooit onverslaanbaar in de zomerhitte, nu een beetje wankel in de warmte. Twee keer Arena, niet meer zes. Alsof ze zeggen: “We doen het nog, maar niet te lang, hè, want anders smelten we.” En misschien is dat ook wel logisch. De tijd gaat door. De zomer ook. En de ventilator bij mij op zolder werkt nog steeds niet.
Maar serieus: wat doet een gewone Nederlander als het buiten 32 graden is, het bier warm wordt in de koelkast, en de enige verkoeling een man is die “Lieve kleine groentje” zingt? Je houdt je hoofd koel. Of je gaat naar huis. Of je zet de afstandsbediening aan en kijkt naar iets kils. Bijvoorbeeld een ijsblokje dat langzaam smelt. Dat is ook entertainment.
Ik hoorde iemand zeggen: “Als het zo doorgaat, moeten ze volgend jaar een zwembad in de Arena bouwen.” En ik dacht: ja, waarom niet? Dan zingt Gerard het liefst vanuit het diepe. Met zwembandje. En Jan Smit op de springplank. “Ik spring voor jou!”
Maar nu eerst: water. Koel. En geen zang van “De zomer is voor ons”. Nee, de zomer is tegen ons. Vooral als je een pak draagt en op een podium staat waar de airco dacht dat hij vrij had.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
