De Nederlandse Grand Prix was geen race, het was een preek. Een geïnscenieerde, zorgvuldig belichte, met drones en live-commentaar op de achtergrond, alsof God zelf de regie voerde van een natie die plots weer op haar benen staat – met een helm onder de arm en een biertje in de hand. Maar wie profiteerde er eigenlijk van? De fans? De rijders? Of gewoon degenen die al jaren weten hoe ze emotie moeten monitiseren?
Ik hoorde Bol struikelen over zijn eigen stem. Die gedragen voice-over, alsof hij een nationaal monument moest inwijden, niet een motorsportevenement. Alsof elke bocht in Zandvoort een metafoor moest zijn voor de Nederlandse ziel: koppig, nat, en met een onverzadigbare dorst naar erkenning. Het was niet sportief, het was plichtmatig pathos. Een emotionele oplichting, verpakt in een vlaggenzee.
Krouwel daarentegen? Die omhelsde het sentiment alsof het een dochter was die thuiskwam na jaren van drugsverslaving. Tranen, knuffels, een stem die brak bij de naam “Max”. Alsof we getuige waren van een nationale bevrijding, niet van een race waarin een jongen in een rode bolide gewoon beter was dan de rest. En dat is precies het probleem: we verwarren prestatie met patriotisme. Alsof Verstappen wint, dus Nederland wint. Alsof iedere ronde in een Formule 1-wagen een statement is tegen het klimaatbeleid van het IMF.
Maar laat de cijfers spreken: de economische impact van de Grand Prix? Zeker. De merkwaarde van Nederland als high-speed playboy-natie? Onmiskenbaar. Maar de ROI op sentiment? Nul. Louter verlies. Elke euro die wordt uitgegeven aan lichtshows, vuurwerk en live-koren van duizenden fans die “Holland” schreeuwen alsof het 1988 is, is een euro die niet gaat naar innovatie, infrastructuur, of een serieuze mediastrategie. We bouwen circuits in plaats van capaciteit.
En dan de grote vraag: wie verdient er eigenlijk? Red Bull? Ja. RTL? Uiteraard – hun kijkcijfers sprongen als een springbok over de piste. Maar het publiek? Het publiek krijgt een narratief. Een sprookje. Een hero. Geen inhoud, geen strategie, geen visie – alleen een nationale kick, een collectieve shot adrenaline, gevolgd door een flinke kater van betekenisloosheid.
De Grand Prix was geen eerbetoon. Het was een commercieel spel, verpakt in een ceremonieel jasje. En als je denkt dat ik kritisch ben, dan heb je mijn column nog niet goed gelezen. Ik ben realist. En de realiteit is: als het niet schaalt, als het niet rendeert, dan is het geen sport. Het is lokaal gepruts met een vlaggetje erop.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Maximaal ritme in de regen
Share with friends:
