Toen ik hoorde dat Paul de Leeuw weer overal op tv is, dacht ik: o ja, die. Net als Tooske Ragas vroeg ik me af: waarom zo nodig? Alsof je elke week moet bewijzen dat je er nog bent. Alsof je bestaan afhangt van een spotje op het scherm.
Ik snap Tooske wel. Zij zegt rustig: ‘Je geluk moet je niet afhangen van hoe vaak je op tv bent.’ En dan denk ik: ja, precies. Maar Paul? Die lijkt het anders te zien. Alsof zichtbaar zijn hetzelfde is als bestaan. Alsof je, als je niet op het scherm staat, gewoon wegvaagt.
Maar stel je voor: je wordt wakker, je zet koffie, je doet niets bijzonders. Geen camera’s. Geen applaus. Gewoon een dag. Zou dat zo erg zijn? Tooske leeft zo, denk ik. Rustig. Zonder schijnwerpers. En toch is ze er.
Paul was ooit de koning van zaterdagavond. Grote shows, grote lachen, grote naam. Maar nu? Nu lijkt het alsof hij bang is om stil te staan. Alsof een pauze gelijkstaat aan verdwijnen.
Ik zeg niet dat het makkelijk is. Als je jarenlang in het licht staat, dan voelt het misschien vreemd om ineens aan de kant te staan. Maar moet je dan álles blijven doen? Gewoon om te bestaan?
Tooske snapt het niet. En eerlijk? Ik ook niet. Maar ik vind het wel menselijk. Paul zoekt zijn plek. Tooske heeft die al gevonden.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
