Een sponsordeal die glanst in het schemerlicht van de Zuidas, waar de cijfers harder schreeuwen dan welk muziekfestival dan ook. Afas, een softwarebedrijf dat zich liever meet in EBITDA dan in decibels, zet zijn merknaam achter een initiatief dat ‘minder lawaai’ verkoopt als vooruitgang. Het Oormerk, een gedachtegoed verpakt als keurmerk, wil concerten op lager volume afwerken. Minder gehoorschade, meer ‘beleving’. Alsof cultuur nu écht wacht op een kwaliteitslabel van het soort dat je op biologische groenten plakt.
De kern van de zaak? Niet beschaving, maar schaal. Afas zoekt zichtbaarheid in een media-ecosfeer waar authenticiteit gecommodificeerd is en ‘care’ de nieuwe conversie is. Een sponsordeal met een muziekinitiatief is immers geen daad van cultuurminnend altruïsme, maar een berekende inslag in het merkstrategisch front. Je koopt niet een betere geluidsnorm, je koopt een narratief. En in Nederland, waar het collectieve gevoel sneller trilt dan een basgitaar op een oververzorgde festivalgrond, is ‘zorg voor de ander’ het nieuwe goud.
Maar laten we even terug naar de realiteit: hoeveel muzikanten hebben hun carrière opgebouwd op oorverdovend volume? Het is geen toeval dat de meeste artiesten die nu roepen om zachtheid, ooit hun eerste gitaar verdienden met lawaai. Het is makkelijk pleiten voor volumebeperking als je zelf al rijk bent van de decibel. Het Oormerk is een product van een tijd waarin comfort belangrijker is dan intensiteit, waarin de ervaring getemperd moet worden omdat de massa niet meer tegen druk kan. Pijnlijk, maar waar.
En toch: als het Oormerk leidt tot een generatie jongeren die zonder gehoortoestellen door hun dertigste komt, dan heeft het misschien toch zin. Maar geloof me, het gaat Afas niet om de gehoorcellen van de Nederlandse jeugd. Het gaat om branding in een tijd waarin een merk zich moet distantiëren van de grove, ongetemde wereld van het ‘vroeger’. Je wordt niet geassocieerd met chaos, je wordt geassocieerd met zorg. Zelfs als die zorg een beetje gekunsteld is.
De vraag is niet of het Oormerk technisch haalbaar is, maar of het levensvatbaar is in een cultuur die nog altijd snakt naar extase. Want extase is nooit zacht geweest. En als we straks allemaal naar ‘rustige live-ervaringen’ gaan, waar blijft dan de rauwe energie die muziek ooit was?
De tijd zal leren of dit een doorbraak is — of een stille dood.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Afas koopt stilte
Share with friends:
