Deze week weer een handvol creatieven in een verduisterde zaal, hoofdtelefoons op, koffie koud, terwijl ze denken dat ze iets revolutionairs bouwen met een prompt en een droom. De zoveelste AI-hackathon, waar ‘maken’ wordt verward met ‘mogelijk denken’. Alsof het bedenken van een avatar met een Belgisch accent op een blockchain-interface iets doet voor de omzet.
Maar laten we niet sentimenteel worden over ‘samenwerking’ of ‘innovatie’. Wat er werkelijk gebeurt, is dat jonge mensen tegen een muur rennen van een technologie die ze niet beheersen, terwijl de sponsors – altijd weer dezelfde techbedrijven – zachtjes meedoen aan de illusie. Want het gaat niet om AI. Het gaat om het wegkijken van de echte kosten: tijd, geld, focus. En wie draait daar op aan? Altijd hetzelfde: de belastingbetaler, de subsidiefondsjes, of een overoptimistische productiehuisbaas die denkt dat ‘interactief’ ook iets met inkomsten te maken heeft.
Eén dag van niets naar iets afgeronds? Lieve help. In de wereld van rendement op investering is één dag niet een sprint, het is een dutje. En als je dan nog moet presenteren aan een jury van oud-communicatiecoaches en een ex-redacteur van L1, dan weet je dat het circus weer eens compleet is. De echte AI-revolutie gebeurt niet in een zaal met sticky notes en quinoa-repen. Die gebeurt in de datacenters van Amazon, bij teams van dertig engineers die niet ‘creëren’, maar schalen.
Dit soort events zijn geen incubator. Het zijn PR-uitstapjes met een glanslaag van ‘toekomstgerichtheid’. En ja, AI moet worden gebruikt – maar niet als hobby, niet als feelgood-project, maar als machine die winst maakt. Zolang Nederlandse creatieven blijven spelen met prompts alsof het een nieuwe vorm van poëzie is, blijven we achter in de echte race: de race om waarde, om efficiëntie, om macht.
De volgende keer dat iemand roept ‘AI niet vrezen maar gebruiken’, vraag dan gewoon: wie verdient er aan? En waar blijft de ROI?
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
