Ik zat gisteren thee te drinken, met de afstandsbediening in de aanslag. Op tv: weer een fragment van Ali B. Niet zingend. Niet dansend. Maar in een rechtszaal. En dan denk je: o ja, hè, die zaak. Die loopt nog. En dan zegt Hans Klok ineens: “Hij kan wel vluchten naar het buitenland.” Alsof hij een goocheltruc bedenkt. *Poef, weg is-ie.*
Maar hou nou op. Denk je nou echt dat je van Schiphol naar Marbella fladdert met een strafblad als een krant van vroeger? En dan denk je: o, ik woon gewoon ergens waar geen uitlevering is. Maar zelfs als je in een hutje in Zuid-Amerika zit, met één telefoon en een koffiezetapparaat, dan nog komt de wereld erachter. Want iemand post het. Iemand ziet je. Iemand roept: “Hé, daar heb je hem!” En dan? Dan ben je niet meer de tragische held. Dan ben je gewoon de man die wegrende.
Hans Klok noemt het “zó dom”. En ja, dat is het. Maar niet omdat hij niet kan vluchten – dat kan hij misschien wel, technisch gezien. Maar omdat het niks oplost. Je straf zit niet in een cel. Die zit in je hoofd. En in de koppen van anderen. En daar vlucht je niet voor weg met een ticket.
Ik denk: waarom zou je ook? Je bent Ali B. Je stem is herkenbaar vanaf de tweede noot. Je gezicht staat in elk kinderboek van de afgelopen twintig jaar. Je kunt niet eens een brood halen zonder dat iemand roept: “Hé, is dat niet…?” Nee, je vlucht niet. Je staat gewoon voor de rechter. Zoals iedereen.
En dan? Dan zien we wel. Maar niet naar het buitenland, alsjeblieft. Dat is geen ontsnapping. Dat is gewoon een slechte aflevering van een reisprogramma.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
