Een jurist die denkt dat transparantie verplicht tot uitleg, en een marketeer die vreest voor zijn creatieve vrijheid – samen in een kamer, over één ding in het Europees AI-stelsel dat niemand echt snapt: artikel 50 van de AI Act.
Sinds 2 augustus moet je, als bedrijf, aangeven wanneer je AI gebruikt. Niet waarom. Niet hoe goed het is. Niet of het slimmer is dan een siair. Nee: je moet het simpelweg *zeggen*. Alsof we weer in de jaren tachtig zitten en reclames maken met ‘nieuw recept!’ in de voice-over. Maar dit is geen reclame. Dit is een juridische dekmantel voor bureaucratische paniek.
De kern is simpel: als consumenten interactief met een systeem hebben, en dat systeem is op basis van kunstmatige intelligentie, dan moet je dat melden. Geen uitzondering. Geen ‘maar het is toch gewoon een chatbot’. Geen ‘het voelt toch menselijk?’. Nee. Je moet het zeggen. Alsof je een sigaret moet etiketteren met ‘bevat nicotine’, terwijl iedereen al weet dat je er dood aan gaat.
Maar wie verliest er nu echt? De marketeer, zegt de jurist. Die moet nu elk script, elke campagne, elk formulier opnieuw scannen op ‘AI-gebruik’. Is een geautomatiseerde A/B-test al AI? Is een personalisatie-algoritme dat een klant een andere kleur schoen toont dan een ander – is dat artikel 50? Ja. Waarschijnlijk. Misschien.
En dan lachen ze, in Brussel, van hun eigen regelgeving. Ze hebben een systeem gemaakt dat zo vaag is, dat het alleen maar compliance-kosten verhoogt, zonder enige tastbare bescherming van de consument. Want wie leest zo’n label? Wie denkt er, bij een pop-up: ‘O, dit is AI – dan geloof ik er niets van’? Niemand. Het is theater.
Maar het gevaar is groter dan irritatie. Het is de normalisering van het onzinnige. Elke marketeer die nu een AI-label moet plaatsen, terwijl de klant allang weet dat het geen mens is, verliest geloofwaardigheid. Je verandert van overtuiger in verplichte informant. En dat is precies wat de AI Act bereikt: een wereld waarin we alles moeten benoemen, behalve de echte problemen.
De levensvatbaarheid van artikel 50? Beperkt. Het is een regel die over tien jaar zal worden afgezwakt, gecommitteerd, of stilletjes begraven onder een nieuw pakket ‘digital sovereignty’-onzin. Want het is geen bescherming. Het is een moraalpoedeltje met een juridische jas.
Wat telt, is niet of je het labelt, maar of het werkt. En of het ooit rendabel is geweest. Dat is het niet.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Artikel 50 is een fikse bluf
Share with friends:
