Ik zat gisteren te kijken naar de talkshow waarin Jort Kelder weer eens met zijn mond vol tanden stond. Niet omdat hij iets verkeerd zei, maar omdat hij precies zei wat hij altijd zegt: iets provocerends, met een knipoog, alsof hij denkt dat hij de enige is die de waarheid durft te spreken. Alsof hij denkt dat hij Chuck Norris van de economie is. Maar dan zonder karate.
Catherine Keyl keek mee. En zij vond het niet grappig. Zij vond het sneu. En treurig. En ze zei: “Het is net als die Andrew Tate.” Nu, ik weet niet of dat een eer is voor Jort, maar ik snap wat ze bedoelt. Niet dat hij vrouwen in kelders opsluit of zo, nee. Maar die toon. Die superieure blik. Alsof hij denkt: “Ik heb geld geteld, dus ik weet hoe de wereld werkt. Jullie niet.”
Maar weet je wat ik treurig vind? Dat we dit nog steeds serieus bespreken. Dat iemand in 2024 met een serieus gezicht kan zeggen: “Ondernemen is niet voor iedereen,” en dan denkt dat hij diep is. Alsof hij net de zin van het leven heeft ontdekt tijdens een borrel bij de Rotary Club.
En Catherine zegt: “Hij klinkt alsof hij denkt dat alleen mannen écht werken.” Nou, misschien overdrijft ze. Maar hij klinkt in elk geval alsof hij denkt dat alleen zijn mening telt. En dat is bijna net zo erg.
Ik snap de rol: Jort moet opvallen. Geen nieuws zonder drama. Maar moet het altijd zo? Kunnen we niet eens een gesprek voeren over ondernemerschap zonder dat iemand moet doen alsof hij de laatste cowboy is in een wereld vol slappe hipsters?
Ik zet de afstandsbediening weg. Ga thee zetten. En denk: misschien is het niet Jort die treurig is. Misschien zijn wij treurig, omdat we hem nog steeds uitzenden.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
