‘Ik zie ze staan, voor de wedstrijd, hoofd naar beneden, duim scrollend alsof hun leven ervan afhangt.’ Zo omschrijft Rick Kruys, trainer van FC Volendam, het moderne voetbalelend. Niet blessures. Niet gebrek aan techniek. Maar *de telefoon*. Die kleine, glimmende afleiding die elke speler tegenwoordig als een amulet tegen het hart drukt. En Kruys heeft gelijk — niet vanwege zijn pedagogische ziel, maar vanwege de *productiviteit*.
Stel het je voor: een profvoetballer, goedbetaald, in een periode van extreme concurrentie, en hij staat op het veld met een hersenpatroon van een middelbare scholiere tijdens de pauze. Geen focus. Geen situatiesnelheid. Geen *aandacht*. En toch denkt men dat hij presteert? Concentratie is geen sentiment, het is een productiefactor. Net als conditie. Net als voeding. En wie die verspilt op TikTok voor een wedstrijd, is geen slachtoffer van digitale verslaving — hij is een slechte investering.
Maar dan komt de vraag: mag een trainer daar iets aan doen? Moet een werkgever zich bemoeien met het privégebruik van een apparaat dat eigendom is van de speler? Juridisch? De experts turen in hun boeken. Praktisch? Natuurlijk mag hij. Iedere werkgever die performance beheerst, beheerst ook de omgeving waarin die performance ontstaat. Of je nu op het veld staat of in een boardroom — als je hoofd niet bij de zaak is, ben je *kostendrijvend*.
En geloof me, bij FC Volendam draait het niet om morele lessen. Het draait om resultaat. Om overleving in de Keuken Kampioen Divisie. Als Kruys de telefoons wil verbieden vanaf het moment dat de spelers het complex betreden, dan doet hij dat niet uit ouderwetse strengheid — maar uit *efficiëntie*.
De tijd van de ongestrafte afleiding is voorbij. Wie niet kan schakelen tussen entertainment en prestatie, is geen rebel. Hij is ontslagen.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
