Evert zit aan tafel. Koffie in de hand. Hij kijkt Douwe Bob aan en zegt: ‘Zonde.’ Alsof iemand een taart laat vallen. Alsof je een nieuwe jas weggooit. Maar het is geen jas. Het is een pil. En geen gewone pil. Eén die jarenlang in zijn medicijnkastje lag.
Douwe Bob, lang, blond, zingt over liefde en verdriet. Nu zingt hij over stoppen. Na zeventien jaar. Zeventien jaar! Dat is bijna een leven. En nu? Nu zegt hij: ik doe het niet meer. Zonder drama. Zonder tromgeroffel. Gewoon: uit.
Maar Evert snapt het niet. ‘Dat je denkt dit nodig te hebben…’ Zegt hij. Alsof het een keuze was. Alsof je kiest voor appeltaart of appelmoes. Maar zo werkt dat niet. Dat weet Evert ook wel. Toch?
Ik denk aan mijn buurvrouw. Die dronk elke avond een glas wijn. ‘Voor de zenuwen.’ Nu drinkt ze thee. Zegt dat het beter voelt. Maar ze zegt het zacht. Niet iedereen hoeft het te horen.
Misschien is dat het. Het zeggen. Het hardop noemen. Want als je het zegt, wordt het groot. Dan wordt het nieuws. Dan zegt Evert: ‘Zonde.’ En dan denkt de rest: waarom?
Maar waarom is het zonde? Omdat het werkt? Omdat het helpt? Of omdat het niet mag?
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
