Je ziet ze op tv, op het podium, op de cover van een muziekblad: Gerard en Gordon. Twee namen, één sfeer. Alsof iemand in de jaren ’90 een knop indrukte en zei: ‘Laten we Nederland schokken met twee mannen die net iets te veel glimlachen.’ En nu? Nu dreigt hereniging. Niet van het emotionele soort, nee, van het ‘ik zie je op de parkeerplaats van de Aldi in Zoetermeer’-soort.
Gordon is terug met Re-Play. Ja, die jongens. Die ook ooit al eens iets deden met een nummer dat je kon horen in een Duitse supermarkt. En Gerard? Die was er gewoon, zoals altijd. Op het toneel, in de talkshow, op de fiets naar de zilvervloot. Gewoon, als een Nederlandse instelling.
Maar nu komt Gordon ook weer optreden. En waar optreden? In het land. Dus waar Gerard kan zijn, kan Gordon zijn. En waar Gordon is, daar is kans op een ongemakkelijke groet. Een knikje. Een ‘hè, hè, jij ook nog?’-blik.
Ze hebben vroeger samengewerkt. Ze hebben vroeger gevochten. Ze hebben vroeger zó hard tegen elkaar geschreeuwd dat de microfoons het opgaven. En nu? Nu zingt Gordon weer. En Gerard? Die zegt: ‘Wat ik doe?’ Nou, blijven fietsen, Goor. Blijven fietsen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
