Nee, niet de voetbaltrainer van mijn jeugd. Niet de man die ik ooit zag staan op de lijn, met een petje, een clipboard en de blik van iemand die net een fout in de wasmachine zag ontstaan. Henk ten Cate. Mijn held. Mijn strategische lichtpunt. Mijn vaderfiguur in trainingspak.
En dan dit: een café. Geen kroegje met biertjes en wedstrijd op tv. Nee. Een *boevencafé*. Alsof je tante ineens opduikt in een pornofilm. Onverwacht. Onthutsend.
Het gebeurde bij De Oranjezomer, een talkshow die net zo serieus doet als een kind met een stropdas. Hélène Hendriks, altijd keurig, stelde een vraag. Iets over zijn verleden. Zijn contacten. Zijn keuzes. En toen viel de bom: hij zat ooit aan een tafel, met mannen die je liever niet naast je hebt op een feestje van de vereniging.
Niet als coach. Niet als gastvrij gastheer. Nee. Als… deel van het decor.
Ik snap het wel, hoor. Mensen hebben een leven. Voetballers ook. Soms zit je in een verkeerd gezelschap. Of je denkt: ‘Het is gewoon een biertje.’ Maar dan komt de camera. En dan zegt iemand: ‘Boevencafé.’ En dan kantelt je imago. Van taktisch genie naar ‘wist-ie-wel-beter?’.
SBS doet weer eens alsof ze een detective zijn. Terwijl het gewoon televisie is. Geen rechtszaak. Geen oordeel van God. Maar ja, in Nederland is één fout genoeg. Eén keer verkeerd gezelschap, en je bent geen held meer. Je bent een waarschuwing.
Ik hoop dat Henk een goed biertje had. En dat hij lacht. Want als je serieus bent geweest in het leven, mag je wel eens een keer dom zijn geweest in een café.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
