De kunst van het failliet gaan met stijl. Johan Kramer, ooit de messias van de creatieve disruptie, laat via een cryptische mail weten dat hij ‘blijft geloven in de kracht van het idee’. Mooi gezegd, Johan, maar de bankiers geloven in niets anders dan een gezonde balans. En die had KesselsKramer al jaren niet meer.
De creatieve industrie huilt in haar designerkoffie. ‘Een einde van een tijdperk’, roept een ex-collega via LinkedIn, alsof ze een crematie bijwonen in een loft in Amsterdam-West. Maar wie betaalde er eigenlijk voor al die briljante campagnes? Wie droeg de risico’s? Wie moest de salarissen betalen toen de opdrachtendrijfheid stolde tot een soepje van goodwill en achterwaarste declaraties?
KesselsKramer was allang geen zakelijk bedrijf meer. Het was een lifestyle. Een galerie van ego’s met een vage link naar commercie. De ROI? Onvindbaar. De schaalbaarheid? Een grap. En de klanten? Die werden behandeld als onderdeel van een performancestuk, niet als betalende partners.
Toen de rekening kwam, bleek er niets achter de gordijnen. Geen systematiek, geen operationele discipline, geen exitstrategie. Alleen een hoop mooie foto’s, een legendarische bar en het gevoel dat creativiteit boven winst moest staan. Wat een luxe. Wat een onverantwoordelijkheid.
De steunbetuigingen nu? Pure zelfreflectie. Iedereen die ‘KesselsKramer moet blijven bestaan’ roept, is bang voor zijn eigen irrelevante businessmodel. Bang dat de volgende faillissementsaanhef met hun naam eronder komt te staan.
Maar wees gerust: KesselsKramer is niet dood. Het is gewoon weer terug bij af. Een creatief atelier dat gelooft dat het idee heilig is, terwijl de huurachterstand groeit als onkruid in een verwaarloosde tuin.
Het enige wat redt KesselsKramer? De mythe. En die is, net als de Chardonnay op vrijdag om drieën, uiteindelijk ook leeg.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
KesselsKramer redt zichzelf niet
Share with friends:
