Een artieste die een eigen chili-olie lanceert. Alsof Nederland huilt om nog een flesje pittig saus met een verhaaltje eromheen. Eva Lia, bekend van het soepelere eind van de creatieve industrie, heeft besloten dat de wereld wacht op haar persoonlijke brandstof. La Lia, een merk dat klinkt alsof het in een designcafé op de Haarlemmerstraat wordt geserveerd met een shotje mindfulness, is haar nieuwe obsessie.
Maar wie betaalt dit eigenlijk? Want daar draait het om. Niet om de passie, niet om het ‘authentieke verhaal’, maar om de ROI. Want tussen de lijntjes door: dit is geen product, dit is een branding exercise. Een middel om relevant te blijven in een wereld waarin iedere influencer met een airfryer en een Insram-account denkt dat hij of zij een foodrevolution kan starten. La Lia is geen merk. Het is een levensstijlaccessoire, verpakt in glas.
De markt voor premium chili-olie is vol. Geprikkeld. En daar moet je als kleine speler tegenop. Zonder distributie, zonder schaal, zonder warehuislogistiek, is elk flesje een statement van luxe-ondernemerschap. Mooi bedoeld, slecht gerekend. Want wie koopt dit? De vriendinnenkring? De gasten op het kerstdiner die uit beleefdheid drie flessen meenemen? Of is dit gewoon een subtiele manier om je CV te upgraden met ‘ondernemer’?
Ik zeg niet dat het slecht is. Ik zeg alleen: waar is de machine? Waar is de schaal? Waar is de cold, harde berekening achter de warme, authentieke storytelling? Want sentiment verkoopt geen pallets. En als La Lia ooit op de schapjes van Albert Heijn moet staan, dan niet omdat Eva Lia ‘passie’ heeft, maar omdat er een margin zit die de keten wil hebben.
Dit is geen foodrevolutie. Dit is polderpruts met een hip label. En tot die tijd: blijf dromen, maar hou de boekhouding scherp.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
La Lia is geen luxeproject
Share with friends:
