Er zat een man met een snor in mijn droom. Nee, niet mijn droomman. Carlo Boszhard. En hij was kwaad. Niet op mij, gelukkig. Maar op Manuel Venderbos, zo blijkt uit een appje dat ergens in de plooien van de tijd is ontsnapt.
Carlo speelt nu nog twee weken de ster in Moulin Rouge, alsof hij zelf een cancan-danseres is met een pruik en een paar hoge hakken. En dat terwijl hij volgens Manuel woest was. Niet vanwege de hakken, nee. Maar vanwege iets wat Manuel deed. Of niet deed. Of juist wel. Geen idee. Maar het appje was er, en het was woest. Dus het moet wel erg zijn geweest. Zo erg dat het in een krant terechtkwam.
Ik snap het een beetje. Stel: jij bent al jaren aan het dromen van een rol in een grote musical. Dan eindelijk: ja! Moulin Rouge! Rood licht, glitters, mensen die zingen alsof ze nooit meer mogen stoppen. En dan, vlak voor de laatste show, gebeurt er iets. Iets met Manuel. En dan stuur je een appje. Niet: “Hoi, leuk je weer te zien.” Nee. “WOEST.” Met hoofdletters. Want soms is alleen hoofdletters genoeg.
Maar goed, Carlo is nog twee weken op het toneel. Daarna? Dan is het over en uit. Geen appjes meer. Geen Moulin Rouge. Alleen nog stilte. En misschien een theetasje. Of een glas wijn. Of allebei. Want wat doe je als je droom voorbij is? Je zet de afstandsbediening aan en kijkt naar iemand anders die woest is op iemand anders. En dan denk je: ja, dat ken ik.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
