Je weet dat het serieus is als een artiest niet eens meer afscheid wil nemen. Marianne Weber, lang bekend van dat ene liedje dat iedereen kent maar niemand de titel weet, heeft besloten: geen concert, geen interview, geen ‘nou-mooi-tot-ziens-dan’. Niks. Ze wil rust. En wie ben ik, Carla, om daar iets tegen in te brengen? Alleen: rust is tegenwoordig ook weer een statement.
Er was dus opeens een Privé-artikel over dat niemand haar meer zag. Alsof ze in een aflevering van ‘Verborgen Vrouwen’ terecht was gekomen. Frans Bauer belt, geen gehoor. WhatsApp? Gele vinkjes, witte ziel. De paniek steeg. Was ze ontvoerd door een kruimeldief? Verdwenen in een zorginstelling? Of gewoon aan het wandelen in Drenthe, met de telefoon in de la?
Maar nee. Ze is er gewoon. Alleen niet voor jou. Want Marianne is boos. Op Bevers. En dat zegt ze ook. Niet in een interview, niet op Insram, maar in een zinnetje ergens in een artikel. “Boos op Bevers.” Alsof je een briefje op de deur van de brievenbus plakt: ‘Niet storen. En al helemaal niet jij, Bevers.’
Wat heeft Bevers gedaan? Geen idee. Misschien te veel herhalingen op NPO 2. Misschien een slechte soundcheck in 1997. Of gewoon: te veel geklets over haar privéleven terwijl ze gewoon wilde zingen over de zee en loslaten. Wie weet. Maar het is duidelijk: de mediawereld wil afscheid, Marianne wil stilte. En stilte is tegenwoordig het meest opvallende wat je kunt doen.
Ik snap het wel, hoor. Je leven lang op tv, mensen denken dat ze je kennen. Dan wil je op een gegeven moment gewoon je thee met je rug naar het scherm drinken. Geen camera, geen vragen, geen ‘maar waarom dan niet?’. Gewoon: ik ben weg. En als jullie Bevers zijn, dan ben ik boos.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
