Je zit aan de keukentafel, koffie in de hand, radio aan. Plots schalt er gelach uit de box. Geen grap, geen punchline, gewoon: hahaha. Alsof iemand per ongeluk de lachknop heeft ingedrukt. Ja, dat is ons ochtendritueel: Tim Klijn en Niels van Baarlen. En Niels? Die lacht. Soms, zegt-ie nu zelf, zonder reden.
Was dat nou echt zo grappig? Nee.
Maar hij lacht toch. Omdat het moet. Omdat de sfeer moet. Omdat er in de commerciële radio geen ruimte is voor stilte. Stilte is dood. Lachen is leven. Zelfs als er niks is.
Johan Derksen rolt al jaren met zijn ogen. “Lachzakken,” noemt-ie ze. En ja, Niels geeft het toe. Maar wie doet dat niet? Hoeveel mensen lachen op hun werk om dingen die niet grappig zijn? Een collega met een rare stropdas, een foutje in de vergadering – je lacht mee. Omdat je erbij hoort.
Maar op de radio hoor je het. Iedere keer. Ieder geforceerde giechel. En dan denk je: houdt-ie nou nooit op?
Maar dan bedenk je: misschien is dat juist het punt. Misschien is dat de truc. Lachen tot het echt voelt. Tot jij ook moet lachen. Zelfs als er niks is.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Lemme know 😘
