Een man verdwijnt in Pyongyang. Geen James Bond, geen spion, geen diplomaat. Gewoon: een Nederlander, vermist, zonder proces, zonder uitleg. En dan? Dan maakt iemand er een podcast van. Niet vanwege moed, maar vanwege kijkcijfers in audiovorm.
Marvin Jacobs van Airborne Network presenteert het als ‘een serie waarmee je de week vooruit kunt’. Alsof je met een goed verhaal over een gevangenschap in een totalitaire staat je eigen deadline kunt verzetten. Alsof trauma een lifestyle-accessoire is geworden, net als een biologische smoothie of een mindfulness-app.
Maar hier zit de scherpe rand: de luisteraar wordt niet geconfronteerd met de politieke realiteit van Noord-Korea. Hij wordt geconfronteerd met de luisterbaarheid ervan. Hoe goed is de muziek? Is de verteller geloofwaardig? Zit er een twist in aflevering drie? De inhoud wordt gefilterd door de vorm. En de vorm is entertainment.
Ik zeg niet dat het verhaal onbelangrijk is. Integendeel. Maar het feit dat we het nu consumeren als audioficage, terwijl de betrokken familie nog steeds om informatie smekt, zegt alles over de staat van de moderne informatie-economie. We zijn niet geïnformeerd, we zijn ‘bezet’.
En Airborne Network? Die doen hun werk. Ze selecteren, cureren, promoten. Maar ze doen het in een wereld waarin elk menselijk drama moet concurreren met een reclamespot voor een e-bike. En dan wint de productie. Altijd.
Er is niets mis met een goed verhaal. Maar er is alles mis met een goed verhaal dat doet alsof het een analyse is. Deze podcast over ontvoering in Noord-Korea is geen journalistiek. Het is een overlevingsstrategie voor een audio-ecosysteem dat hongert naar intensiteit zonder consequentie.
De echte vraag is niet of je ernaar luistert. De echte vraag is of je nog weet wat je hoort.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
Noord-Korea is geen podcastgenre
Share with friends:
