Stel je voor: een klant die geen seconde langer kijkt dan een ademtocht duurt. En toch gooien we er miljoenen tegenaan om hem te raken. Niet met empathie, niet met kunst, maar met volume. Stadionsfeer in de woonkamer? Natuurlijk. Waarom zou je een concert bezoeken als je de echo van 70.000 mensen kunt faken in een kitchenette?
Electro World snapt het beter dan de meeste. Ze verkopen geen apparatuur meer — ze verkopen de illusie van grootsheid. Een soundbar wordt een backsepass, een tv een loge op het veld. Het is geen reclame, het is overcompensatie. Nederland zit binnen, de wereld is gesloten, dus bouwen we een eigen circus — met surroundsound en gratis kabels.
Maar kijk eens naar de rest van de lijst: Bolletje doet ‘gezelligheid’, Happy Italy roept om ‘authenticiteit’, Van Lanschot Kempen fluistert over ‘waarden’ alsof het een geheim is, Old Spice lacht met zijn oude arrogante grijns, en het Stedelijk Museum probeert hip te zijn door een meme te worden.
Allemaal rookgordijnen.
Want wat ze werkelijk doen? Ze vechten om aandacht in een markt waar de prijs van blikveld seconden onder nul is gezakt. Niemand onthoudt jouw campagne. Niemand. Maar als je luid genoeg bent, als je de zintuigen overspoelt, dan *denken* ze dat ze het onthouden. En dat is voldoende voor de CFO.
Het Stedelijk denkt cultureel te zijn, maar is commercieel. Old Spice denkt grappig te zijn, maar is repetitief. En Electro World? Die weet wat het doet: het verkoopt decibellen als troost.
De echte winnaar? Degene die geen campagne lanceert, maar de behoefte creëert. En die is allang niet meer in handen van de creatieven. Die zit in de data-afdeling, die weet wanneer jij alleen bent, wat je mist, en hoe hard je wilt horen dat je niet alleen bent.
Met zakelijke groet
,
Maurits Droogleever Fortuyn
Hoofdredacteur Redia.nl | Media Business
