Je weet dat het serieus is als het bij een tankstation gebeurt. Geen rechtszaal, geen persconferentie, maar een AH-bakje in de hand en een volle tank. Daar liep Jan Slagter dus ineens tegenover Ali B. Alsof het een gewone dag is. Terwijl het dat natuurlijk niet is. Nog geen drie maanden na een veroordeling wegens verkrachting is Ali B weer op pad. Met optredens. En tegenstanders op benzinevullijsten.
Slagter, bekend van zijn scherpe pen en nog scherpere oordeel, zag de rapper staan. En wat doet een journalist als hij oog in oog staat met een man waarover hij net kritiek schreef? Hij zegt: “Ja, ik kan nog wel over een klein akkefietje met hem vertellen.� Alsof het over het weer gaat. Alsof hij net een rare buurman tegenkwam bij de groentewinkel. Maar dit is geen buurman. Dit is een man die in opspraak is, die juridische dreigementen uitdeelt via zijn advocaat, en die nu gewoon weer rondloopt. Bij een tankstation. Bij AH. Bij ons.
Waarom is dit belangrijk? Niet omdat twee mannen elkaar zien. Maar omdat het zo makkelijk voelt. Alsof niets is veranderd. Alsof je na een veroordeling gewoon weer kunt optreden, mensen kunt ontmoeten, en dreigementen kunt uiten via een advocaat alsof het een game is. Maar het is geen game. Het is de realiteit. En die realiteit speelt zich nu af tussen de benzinepompen en de kassa.
Ik zeg niet dat iemand geen tweede kans verdient. Maar ik vraag wel: waar is de zorg? Waar is de afstand? Waar is de reflectie? Want als je als artiest terugkomt, dan is het niet genoeg om alleen op te treden. Je moet ook verantwoording afleggen. En dat gebeurt nu niet. Het gebeurt in stilte. Tussen tankbeurten en losse opmerkingen.
En dan staat Slagter daar. Met zijn verhaal. Zijn kritiek. Zijn stem. En Ali B met dreigementen in de achterzak. Alsof het normaal is. Alsof we eraan moeten wennen. Maar ik wen er niet aan. En ik hoop dat jij dat ook niet doet.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
