Ik zat gisteren te kijken naar een race. Of nou ja, kijken. Eerder: afwachten. Want de auto’s reden, maar mijn hoofd zat ergens anders. Bij Amber Brantsen. Die opeens in beeld kwam, niet met een helm op, maar met een trillende stem.
Ze zei: ‘Ik schrok me rot.’ Niet van een crash. Niet van een pitstop die misging. Maar van de haat.
Want toen Viaplay de Formule 1 binnenhaalde, dacht iedereen: leuk, nieuwe tijd, nieuwe kijk. Maar nee. Er kwam iets anders mee binnen. Iets lelijks. Mensen begonnen te schreeuwen. Op internet. In de comments. En niet alleen: ‘Ik vind dit stom.’ Nee. Er kwamen dreigementen. Met de dood.
Tegen collega’s. Van Amber.
En zij stond erbij en dacht: waarom? Waarom wordt er zo kwaad over een raceuitzending? Alsof iemand zijn thee omstootte en meteen de politie belt.
Maar het is meer dan thee. Het is tv. En geld. En emotie. Want fans waren boos. Ziggo was weg. En Viaplay was er. Duurder. Moeizamer. Geen knop op de afstandsbediening, maar een wachtwoord, een abonnement, een gezeur met inloggen.
En dan? Dan schreeuwen mensen naar de mensen op beeld. Alsof zij ervoor gekozen hebben. Alsof Amber heeft gezegd: ‘Laten we alles duurder maken.’
Maar zij zit daar gewoon. Met een microfoon. En een jurk. En een glimlach. En opeens: haat.
Ik denk: wat zou er gebeuren als we allemaal stoppen met schreeuwen? Als we zeggen: hoor, het is maar tv. Het is niet de oorlog. Het is niet de dood. Het is een race. En een vrouw die probeert te vertellen wie wiegt wie.
Maar nee. We gaan door. We schelden. We dreigen. We maken het zwaar.
En Amber? Die schrikt. En terecht.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
