Er was een tijd dat iedereen in de media minstens één keer per jaar een burn-out had. Alsof het een seizoensziekte was, zoals griep of slechte humeur bij het eerste regenseizoen. En dan bedoel ik niet: écht ziek. Nee, dan bedoel ik: ‘Ik heb zo’n druk programma, ik moet zo vaak glimlachen, en ik heb maar twee uur geslapen na die gala-avond in Breda.’
Chantal Janzen riep het ook. Jarenlang. ‘Ik heb een burn-out!’ Alsof ze een medische diagnose riep tijdens een game van Lingo. Maar nu blijkt: het was onzin. Geen burn-out. Gewoon: moe. En misschien een beetje genijd van de afstandsbediening.
Want stel je voor: één keer per week een uurtje tv. Een paar keer per jaar een gala. Een paar interviews. En dan roep je: ‘Ik brand uit!’ Alsof je de afgelopen tien jaar non-stop op de IC hebt gewerkt. Dan denk ik: meid, pak een kop thee en ga zitten. De wereld stort niet in als je een dag niet straalt.
Maar dat is het juist: in de mediawereld is ‘ik ben kapot’ een soort statussymbool. Hoe drukker je zegt te zijn, hoe belangrijker je lijkt. Alsof je lijstje met verplichtingen een medaille is. ‘Ik had gisteren drie afspraken, een interview, een fotoshoot en ik moest nog koken voor de hond.’ Gefeliciteerd. Maar is dat nou reden om meteen de ziektewet in te duiken?
Ik snap het wel, hoor. Soms wil je gewoon dat iemand zegt: ‘Jij doet het geweldig.’ Maar doe dat dan niet door je te beklagen. Doe dat door gewoon te zeggen: ‘Hé, ik werk hard.’ In plaats van: ‘Ik ben gebroken, mijn ziel is leeg, ik hoor alleen nog het geruis van de ventilator.’
En dan nog dit: als je echt een burn-out hebt, dan is dat serieus. Dan ben je niet gewoon moe. Dan kun je niet meer opstaan. Dan is alles zwaar. Dus als jij écht uitgeput bent, dan hoor je hulp te zoeken. Maar als je gewoon een drukke week had? Dan hoor je een uurtje stil te zitten. En misschien een plaid om te doen.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
