Vorige week hield hij nog alles achter, en nu? Dan vertelt Frans Bauer ineens dat het al van kinds af aan misging tussen hem en broer Dorus. Alsof je een oude theepot opendoet en er een wolkje stof uitkomt – zo komt het verhaal er nu uit. Jarenlang niets, dan één keer de mond open en plotseling weet je meer over een broederruzie dan over je eigen buurvrouw.
Je denkt: twee broers, één achternaam, twee levens. En toch. Frans, de zanger met de glimlach die je op elke kerstshow ziet, en Dorus, degene die je nooit op tv ziet. Tot nu. Want Frans begint te praten. Niet in grote boeken, nee, in stukjes. Eerst een zin, dan een stilte, dan weer een stukje waaruit blijkt dat het al in de jaren tachtig begon. Toen ze nog samen speelden in de zandbak, of misschien al in de wieg.
Wat is het nu precies? Geld? Aandacht? Een kapotte fiets uit 1973? Frans zegt: “Het zit dieper.” Alsof hij een detective is die de zaak zelf oplost. Maar wij, gewone mensen met een kop thee en een afstandsbediening, willen gewoon weten: wie heeft er gelijk? Of is het gewoon triest?
Wat mij betreft is het vooral een les in hoe lang mensen boos kunnen blijven. Jaren. Decennia. Voor iets wat misschien begon met een gebroken speelgoedauto of een verkeerd woord tijdens een familiediner. En dan? Dan houd je het vast. Tot het groter is dan het origineel.
Maar goed, Frans praat nu. Dat is al wat. Geen grote verzoeningsactie op tv, geen hand in de lucht, geen zoen bij de koffieautomaat. Nee, gewoon: een paar zinnen in een interview. Voor mij klinkt het als een eerste stap. Voor Frans? Misschien voelt het als een sprong.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
