Er staat een man te trillen op de stoep van het studiohuis. Zijn handen zijn klein, zijn stem is groot. ‘Ja!’ roept hij. Niet blij. Niet sarcastisch. Gewoon: ja. Alsof hij een examen aflegt over zijn eigen waardigheid.
Het begon met een grap. Of eigenlijk: met drie heren die dachten dat een grap over ‘klein mens’ grappig was. Johan, René, Gerard. Drie namen, één reflex: lachen op kosten van een ander. En die ander? Hielke Bosch. Groot in woede, klein in lengte. Maar wie telt daar nu nog?
Ik zit hier met mijn thee, afstandsbediening in de hand, en denk: waar lachen wij eigenlijk om? Om mannen die andere mannen uitlachen omdat ze klein zijn? Alsof groot zijn zo geweldig is. Alsof een meter zestig geen mening mag hebben. Alsof je pas serieus genomen wordt als je boven de meter tachtig zit.
Hielke zegt: ‘Ik ben niet grappig.’ En hij heeft gelijk. Niet omdat hij geen humor heeft – integendeel – maar omdat hij geen grappig figuurtje is in hun middagscherm. Hij is journalist. Hij schrijft. Hij denkt. En toch wordt hij opgevoerd als het mopje van de dag.
Vandaag Inside. Wat een naam. Alsof je echt iets ziet. Maar wat zie je? Een scherm vol mannen die lachen om lengte, terwijl ze zelf langzaam verdwijnen in de media-achtertuin. Wie kijkt er nog? Jonge mensen? Nee. Die streamen. Die scrollen. Die lachen om andere dingen. Niet om oude heren die denken dat ‘klein’ automatisch ‘lachwekkend’ betekent.
Maar goed, Hielke zegt: ‘Ja.’ En dat is genoeg. Niet ja, ik kom erbij. Niet ja, ik lach mee. Gewoon: ja. Ik besta. Ik ben hier. En ik ben woest.
Liefs, Carla
Carla’s Column | Nieuwtje? Let me know 😘
